ECLI:NL:RBDHA:2021:17059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring herhaalde asielaanvraag op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard door verweerder omdat reeds in eerdere procedures was vastgesteld dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag op eiser van toepassing is, en het nieuwe ingediende document geen nieuwe feiten bevat die tot een ander oordeel kunnen leiden.
Eiser stelde dat het overgelegde arrestatiebevel aantoont dat hij niet veilig naar Syrië kan terugkeren en dat verweerder zijn aanvraag inhoudelijk had moeten beoordelen, mede op grond van het arrest L.H. van het Hof van de Europese Unie. Tevens voerde eiser aan dat verweerder ten onrechte afzag van een gehoor om tegenstrijdigheden in het document op te helderen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat het nieuwe document geen nieuwe informatie bevat die de eerdere toepassing van artikel 1F kan weerleggen. Ook was het niet onrechtmatig dat verweerder afzag van een gehoor. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier A. Wilpstra-Foppen op 21 december 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.