ECLI:NL:RBDHA:2021:17062
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking kantonrechter wegens vermeende onpartijdigheid afgewezen
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een civiele procedure, stellende dat de rechter onpartijdig zou zijn omdat de zaak al was behandeld toen verzoeker zich te laat meldde.
De wrakingskamer oordeelde dat het te laat melden niet aan de rechter te wijten was en dat het feit dat de zitting was begonnen op het aangekondigde tijdstip geen aanleiding gaf tot twijfel aan de onpartijdigheid. De aanwezigheid van de advocaat van verzoeker bij de zitting maakte dat zijn belangen vertegenwoordigd waren.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek kennelijk ongegrond en wees op het misbruik van het wrakingsmiddel door verzoeker, die meerdere ongegronde wrakingsverzoeken had ingediend in deze en andere procedures. Daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet meer in behandeling wordt genomen.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2021, en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is ongegrond verklaard en verdere wrakingsverzoeken in deze zaak worden niet meer in behandeling genomen.