Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juni 2021 in de zaak tussen
[eiser/verzoeker] , V-nummer [V-nummer] , eiser/verzoeker
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
namelijk dat de aan hem verleende verblijfsvergunning niet per een eerdere datum ingaat. De verlangde zekerheid omtrent de inkomsten van referente zijn immers op andere gronden voldoende gewaarborgd te achten. De rechtbank oordeelt dat verweerder op basis van de argumenten genoemd in de aanvullende motivering in redelijkheid niet de belangenafweging in het nadeel van eiser heeft kunnen laten uitvallen. De rechtbank verwijst in dit verband naar de alinea’s 5-8. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om de standaardregel in artikel 3.75, eerste lid, van het Vb, in samenhang met artikel 3.20 van het VV, in het voorliggende geval buiten toepassing te laten. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom, gelet op de individuele omstandigheden in eisers situatie, de ingangsdatum van zijn verblijfsvergunning 1 oktober 2020 is en niet een eerdere datum, gelegen in de periode van 14 mei 2020 (de datum per wanneer eiser aan het paspoortvereiste voldoet) en 1 oktober 2020.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij is bepaald dat de ingangsdatum van de aan eiser verleende verblijfsvergunning 1 oktober 2020 is ;