ECLI:NL:RBDHA:2021:17098
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak hoofdzaak
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 2 september 2021 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerd beroep (zaaknummer NL21.14109) op 23 september 2021. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
Na behandeling ter zitting werd het verzoek om voorlopige voorziening direct afgewezen omdat de hoofdzaak inmiddels is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter O. Veldman in aanwezigheid van griffier M.M. van Luijk-Salomons. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.