ECLI:NL:RBDHA:2021:17145
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen relocatie naar Kroatië op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiseres, afkomstig uit Congo, vluchtte naar Griekenland waar zij als minderjarige asiel aanvroeg. Na brand in het vluchtelingenkamp Moria werd zij via een Europees relocatieprogramma overgedragen aan Kroatië, met instemming van de Kroatische autoriteiten op basis van artikel 17, tweede lid, van de Dublinverordening.
Eiseres reisde via Nederland naar Kroatië en deed tijdens een tussenlanding op Schiphol een asielaanvraag in Nederland, inmiddels meerderjarig. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk was. Eiseres voerde aan dat de relocatiegrondslag onjuist was en dat zij niet had ingestemd met de overdracht.
De rechtbank oordeelde dat hoewel artikel 17, tweede lid, strikt genomen niet de juiste grondslag is voor relocatie, verweerder zorgvuldig had gehandeld en het interstatelijk vertrouwensbeginsel kon toepassen. Eiseres had ingestemd met relocatie en er waren geen bijzondere omstandigheden die overdracht naar Kroatië onevenredig hard maakten. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot relocatie naar Kroatië is ongegrond verklaard.