ECLI:NL:RBDHA:2021:17154
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Integrale vrijspraak poging tot doodslag en mishandeling wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs
Op 29 mei 2020 ontstond een conflict in een woning te 's-Gravenhage waarbij verdachte en twee slachtoffers betrokken waren. Verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling en mishandeling met een mes en fysiek geweld. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf en taakstraf, terwijl de verdediging vrijspraak en subsidiair noodweer of noodweerexces aanvoerde.
Tijdens de terechtzitting op 8 september 2021 verklaarden verdachte en de slachtoffers verschillend over de toedracht en de agressor. De rechtbank hechtte meer waarde aan de consistente verklaring van verdachte dan aan de wisselende en deels onduidelijke verklaringen van de aangever. Het bewijs, waaronder geluidsopnames en foto’s van letsel, bood geen overtuigende ondersteuning voor de beschuldigingen.
De rechtbank concludeerde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte de tenlastegelegde feiten had gepleegd. De verdachte werd integraal vrijgesproken en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is integraal vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.