ECLI:NL:RBDHA:2021:17155
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening Roemenië
Eiser, met de Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot overname ingediend en Roemenië had hiermee ingestemd, waarmee een claimakkoord tot stand kwam.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege ernstige tekortkomingen in de Roemeense asielprocedure en mishandeling tijdens detentie. De rechtbank oordeelde dat Roemenië zijn internationale verplichtingen nakomt en dat de aangevoerde tekortkomingen niet zodanig zijn dat het vertrouwensbeginsel doorbroken wordt. Het persoonlijke relaas van eiser en de overgelegde landeninformatie boden onvoldoende bewijs voor onmenselijke behandeling.
Verder stelde eiser dat de aanvraag aan zich had moeten worden getrokken wegens detentie en mishandeling, maar de rechtbank vond de verklaringen niet objectief verifieerbaar en onvoldoende om het besluit te wijzigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.