ECLI:NL:RBDHA:2021:17158
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende onderbouwing mensenhandel
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende man, diende een asielaanvraag in na eerdere afwijzing vanwege verantwoordelijkheid van Italië. Hij verklaarde zich in 2015 te hebben bekeerd tot de islam en problemen te ondervinden met zijn familie vanwege deze bekering. Tevens stelde hij slachtoffer te zijn van mensenhandel.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende geloofwaardig heeft gemaakt dat hij zich daadwerkelijk heeft bekeerd tot de islam, mede vanwege de oppervlakkige en onpersoonlijke verklaringen en het ontbreken van concrete details over zijn geloofsbeleving. Daarnaast is vastgesteld dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser en medisch advies.
Ten aanzien van het vermeende slachtofferschap van mensenhandel concludeerde de rechtbank dat verweerder terecht niet uitgaat van mensenhandel, mede gelet op het OM-onderzoek en het ontbreken van onderbouwing door eiser. Ook de gestelde problemen met zijn familie werden niet aannemelijk geacht.
De rechtbank volgde het standpunt van verweerder dat de verklaringen van eiser onvoldoende overtuigend zijn en dat het bestreden besluit niet onrechtmatig is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende bewijs voor mensenhandel.