ECLI:NL:RBDHA:2021:17289
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op herleving resterende werkloosheidsuitkering militair na schorsing
Eiser, voormalig beroepsmilitair, ontving een werkloosheidsuitkering voor de periode van juni 1996 tot juni 2000. In augustus 1999 werd de uitbetaling van deze uitkering geschorst vanwege het niet verschijnen op een verplicht re-integratiegesprek en het niet overleggen van gevraagde documenten. Deze schorsing werd opgelegd op grond van artikel 30 van Pro de Werkloosheidswet, zonder dat een einddatum werd vastgesteld.
Eiser heeft destijds geen bezwaar gemaakt tegen het schorsingsbesluit en heeft ook na de schorsing geen pogingen ondernomen om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Na afloop van de uitkeringsperiode in juni 2000 is de uitkering geëxpireerd. Bij een verzoek in 2019 om herleving van de uitkering werd dit afgewezen, waarop eiser beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het schorsingsbesluit in rechte vaststaat en dat eiser geen recht heeft op herleving van de uitkering, aangezien de uitkering als zodanig doorliep en is geëxpireerd. Het ontbreken van een formeel beëindigingsbesluit doet hieraan niet af. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser op herleving van de geschorste werkloosheidsuitkering wordt ongegrond verklaard.