ECLI:NL:RBDHA:2021:17293

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 februari 2021
Publicatiedatum
16 november 2023
Zaaknummer
C/09/603558 / HA RK 20-527
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking voorlopig getuigenverhoor omtrent bemoeienis openbaar ministerie met Raad voor de Kinderbescherming

Op 1 december 2020 heeft het Gerechtshof Den Haag bepaald dat er een voorlopig getuigenverhoor zal plaatsvinden met betrekking tot de bemoeienis van het openbaar ministerie met de contacten tussen verzoeker en de Raad voor de Kinderbescherming en Veilig Thuis Haaglanden. De zaak is ter verdere afhandeling verwezen naar de rechtbank Den Haag.

De rechtbank heeft op 23 februari 2021 een beschikking gegeven waarin zij een datum heeft vastgesteld voor het horen van vijf getuigen en een rechter heeft benoemd die het verhoor zal leiden. De rechtbank motiveert het beperken van het aantal getuigen tot vijf, met de mogelijkheid voor verzoeker om schriftelijk en gemotiveerd aanvullende getuigen voor te dragen indien noodzakelijk.

Het voorlopig getuigenverhoor zal plaatsvinden op 16 april 2021 vanaf 13:00 uur in het paleis van justitie te Den Haag, onder leiding van mr. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt. De procedure is gericht op het verkrijgen van helderheid over de rol van het openbaar ministerie in de contacten tussen verzoeker en de Raad voor de Kinderbescherming.

Uitkomst: De rechtbank bepaalt datum en rechter voor het voorlopig getuigenverhoor over de bemoeienis van het openbaar ministerie.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/603558 / HA RK 20-527
Beschikking van 23 februari 2021
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te Den Haag,
verzoeker,
advocaat mr. M.Ch. Kaaks te Amsterdam
en
STAAT DER NEDERLANDEN
(MININISTERIE VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID/RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING),
zetelend te Den Haag,
belanghebbende,
advocaat mr. A.Th.M. ten Broeke te Den Haag.

1.Het verzoek en de beoordeling

De rechtbank heeft kennis genomen van de beschikking van het Gerechtshof Den Haag van 1 december 2020 waarin is bepaald dat een voorlopig getuigenverhoor zal worden gehouden met betrekking tot de bemoeienis van het openbaar ministerie met de contacten tussen [verzoeker] en de Raad voor de Kinderbescherming en Veilig Thuis Haaglanden. De zaak is ter verdere afhandeling verwezen naar deze rechtbank.
De rechtbank zal, gelet op de inhoud van voormelde beschikking van het Gerechtshof Den Haag, een datum bepalen waarop het voorlopig getuigenverhoor zal plaatsvinden en een rechter benoemen ten overstaan van wie het verhoor zal worden gehouden.
Aangezien de praktijk uitwijst dat met het horen van meer dan vijf getuigen doorgaans geen redelijk doel wordt gediend, zal de rechtbank het aantal door de verzoeker voorgedragen getuigen in eerste instantie beperken tot vijf. Mocht verzoeker na het verhoor van deze vijf getuigen van mening zijn dat het horen van nog enkele getuigen noodzakelijk is, dan dient hij dit schriftelijk en gemotiveerd aan de rechter voor wie de verhoren plaatsvinden, met afschrift aan de wederpartij, mede te delen.
Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.

2.De beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat het verhoor van vijf getuigen ten overstaan van mr. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt zal plaatsvinden in het paleis van justitie te Den Haag aan Prins Clauslaan 60 op
vrijdag 16 april 2021 vanaf 13:00 uur.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2021. [1]

Voetnoten

1.type: 206