ECLI:NL:RBDHA:2021:17323

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 mei 2021
Publicatiedatum
30 april 2024
Zaaknummer
9215558 \ RL EXPL 21-8123
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:233 BWArt. 6:248 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering wettelijke rente na vernietiging onredelijk beding in algemene voorwaarden

Eisende partij, Netpoint Factoring B.V., vorderde betaling van een contractuele rente van 1% per maand van gedaagde, een consument, op grond van algemene voorwaarden. Gedaagde verscheen niet in de procedure, waardoor verstek werd verleend.

De kantonrechter beoordeelde ambtshalve de redelijkheid van het rentepercentage aan de hand van jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Hoge Raad. Geconstateerd werd dat de overeengekomen rente ruim boven de wettelijke handelsrente lag en dat eisende partij geen toelichting gaf om het beding te rechtvaardigen.

Hierdoor werd het beding in de algemene voorwaarden vernietigd en de primair gevorderde contractuele rente afgewezen. De kantonrechter kende wel de wettelijke rente toe over het openstaande bedrag vanaf de dag van dagvaarding. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Vordering contractuele rente afgewezen wegens onredelijk beding, wettelijke rente toegewezen.

Uitspraak

K.C. Tsang
Grosse afgegeven aan eisende partij op

Rechtbank Den Haag

Zittingsplaats ’s-Gravenhage
Rolnr.: 9215558 \ RL EXPL 21-8123
Extern kenmerk: 26244739

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Netpoint Factoring B.V. te Kaatsheuvel,eisende partij,gemachtigde GGN Mastering Credit B.V.,

tegen

[gedaagde] te [woonplaats] ,

Het procesverloop

Eisende partij heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding van 28 april 2021 waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Gedaagde partij is daarop niet verschenen en heeft ook anderszins niet gereageerd. De voorgeschreven termijnen en formaliteiten zijn in acht genomen. Tegen gedaagde partij is daarom verstek verleend.

Beoordeling van het geschil

De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze bij verstek wordt toegewezen als hierna te vermelden. Gedaagde partij is consument. Eisende partij vordert de overeengekomen rente van 1% per maand vanaf de verzuimdatum. Daarbij doet zij een beroep op de algemene voorwaarden. De kantonrechter dient op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie (o.a. 4 juni 2009, C 243/08) en de Hoge Raad (13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691) ambtshalve te beoordelen of sprake is van een oneerlijk beding. Als uitgangspunt dient te worden gehanteerd dat een contractuele rente hoger dan de actuele wettelijke handelsrente in beginsel als oneerlijk wordt beschouwd. In het onderhavige geval is sprake van een rente die ruim boven de wettelijke handelsrente ligt. Het is aan eisende partij om bij dagvaarding toe te lichten waarom een dergelijke rente in het onderhavige geval niet onredelijk bezwarend zou zijn. Eisende partij heeft hierop echter in het geheel geen toelichting gegeven. Daarmee heeft eisende partij het vermoeden dat er sprake is van een onevenredige hoge schadevergoeding niet weerlegd. Dit leidt ertoe dat kantonrechter ambtshalve over zal gaan tot vernietiging van het beding in de algemene voorwaarden waar eisende partij zich met betrekking tot de contractuele rente op beroept. De primair gevorderde contractuele rente zal daarom ook worden afgewezen. Subsidiair vordert eisende partij de wettelijke rente. Deze vordering is als op de wet gegrond toewijsbaar.

Beslissing

De kantonrechter,
1. veroordeelt gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting aan de eisende partij te betalen de som van € 430,92 vermeerderd met de wettelijke rente over € 423,20 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der voldoening;
2. veroordeelt gedaagde partij in de kosten van het geding, tot hiertoe aan de zijde van de eisende partij vastgesteld op € 290,44, waaronder € 75,00 als vergoeding voor de gemachtigde van de eisende partij;
3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4. wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.C. Vink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2021.
de griffier, de kantonrechter,
Voor grosse
Afgegeven aan en ten verzoeke van
eisende partij.
De Griffier van de rechtbank Den Haag,
Zittingsplaats ’s-Gravenhage