ECLI:NL:RBDHA:2021:1758
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.F. Bouwman
- C.F. Mewe
- A.E.J. Satink
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens ongeschiktheid ouders
De rechtbank Den Haag heeft op 29 januari 2021 de machtiging tot uithuisplaatsing van een tien maanden oude minderjarige verlengd tot 30 maart 2021, de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling stelde dat zowel de moeder als de vader niet in staat zijn de zorg te dragen vanwege onveranderbare factoren en contra-indicaties uit recente NIFP-onderzoeken.
De moeder heeft een beneden gemiddelde intelligentie en is beperkt leerbaar, waardoor pedagogische interventies onvoldoende effectief zijn. De vader kampt met zwakbegaafdheid, problemen in sociale afstemming en mentalisering, en heeft veel begeleiding nodig bij de verzorging. De communicatie tussen ouders is verstoord, wat een plaatsing bij één van hen bemoeilijkt.
De ouders hebben begeleide omgangsmomenten, maar deze zijn beperkt vanwege de kwetsbaarheid van het kind. De rechtbank benadrukt het belang van frequente omgang voor hechtingsontwikkeling en acht een netwerkplaatsing bij de grootmoeder moederszijde wenselijk, mits een pleegouderscreening positief uitvalt.
De moeder stemde in met de verlenging, wenst daarna het kind bij haar te plaatsen, en betwist de actualiteit van het NIFP-onderzoek. De vader verzet zich tegen de verlenging en wil het kind bij zich opvoeden, met hulpverlening. De rechtbank concludeert dat verlenging noodzakelijk is en dat een plaatsing bij de ouders op dit moment niet verantwoord is.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot het einde van de ondertoezichtstelling wegens ongeschiktheid van beide ouders.