Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
(lees: 2020) beëindigd.
Rechtbank Den Haag
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewet-uitkering te beëindigen per 19 januari 2020. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Eiseres stelde dat zij tijdig bezwaar had gemaakt met hulp van haar administratief begeleidster en overhandigde een bezwaarschrift van 6 januari 2020 en een ongedateerde brief van de begeleidster.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaartermijn zes weken bedroeg en eindigde op 29 januari 2020. De eerste ontvangst van een bezwaarschrift door verweerder was echter pas op 18 februari 2020. Eiseres kon niet aannemelijk maken dat het bezwaarschrift daadwerkelijk tijdig was verzonden, mede omdat slechts één getuige dit verklaarde zonder aanwezigheid van eiseres.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de bewijsverplichting om tijdige indiening aannemelijk te maken. Ook waren er geen omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet tijdig is ingediend.