ECLI:NL:RBDHA:2021:1807

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 februari 2021
Publicatiedatum
2 maart 2021
Zaaknummer
8922486 EJ VERZ 20-86863
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 lid 3 Verordening Brussel-II bisArt. 8 Verordening Brussel-II bisArt. 262-268 RvArt. 17 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996Art. 374 Boek 1 Italiaans Burgerlijk Wetboek
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging verwerping nalatenschap namens in Italië wonende minderjarigen

Op 25 februari 2021 heeft de rechtbank Den Haag een beschikking gegeven inzake een verzoek tot machtiging tot verwerping van een nalatenschap namens minderjarigen die in Italië wonen.

De minderjarigen verblijven niet in Nederland, waardoor de rechtbank moest vaststellen of zij bevoegd was. Op grond van de Verordening Brussel-II bis is in beginsel de rechter van het land van gewone verblijfplaats bevoegd, hier Italië. Echter, artikel 12 lid 3 van Pro deze verordening maakt uitzonderingen mogelijk wanneer er een nauwe band met Nederland is en de Nederlandse rechter bevoegdheid aanvaardt.

De rechtbank stelde vast dat aan deze voorwaarden was voldaan en verklaarde zich bevoegd. Vervolgens werd het toepasselijke recht vastgesteld: het Italiaanse recht, dat vereist dat een rechter machtiging verleent voor verwerping van een nalatenschap namens minderjarigen.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek gegrond was en in het belang van de minderjarigen, en verleende de machtiging tot verwerping van de nalatenschap namens hen.

Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot verwerping van de nalatenschap namens de minderjarigen en verklaart zich bevoegd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Zittingsplaats ’s-Gravenhage
IB(DH)
Zaaknr.: 8922486 \ EJ VERZ 20-86863

Beschikking van de kantonrechter op het verzoek van:

[verzoekster]

wonende te [adres 1] ,
[woonplaats 1] , Italië,

en

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats 2] ,
[adres 2] ,

Overwegingen

1. Op [overlijdensdatum] 2020 is overleden, te [gemeente]
[erflater], laatst gewoond hebbend te [woonplaats 3] .
2. Op 10 december 2020 is op de griffie een verzoekschrift ingediend. Het verzoek strekt ertoe verzoekers in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarigen:

[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
beiden wonende te [adres 1] , [woonplaats 1] ,
machtiging te verlenen om namens de minderjarigen de nalatenschap van
[erflater]te verwerpen.
3. Gelet op de omstandigheid dat de minderjarigen hun gewone verblijfplaats niet in Nederland hebben, dient de kantonrechter vast te stellen of hem rechtsmacht toekomt.
4. In dit geval is de Verordening van de Raad van Europa van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (Brussel-II bis) van toepassing. Op grond van het bepaalde in artikel 8 van Pro de Verordening Brussel-II bis is in zaken zoals de onderhavige in beginsel bevoegd het gerecht van de lidstaat waar de minderjarigen hun gewone verblijfplaats hebben. In dit geval is daarom in beginsel de rechter in Italië bevoegd om op het verzoek te beslissen. Op basis van artikel 12 lid 3 van Pro de Verordening Brussel-II bis kan evenwel ook de Nederlandse rechter bevoegd zijn, indien de kinderen een nauwe band hebben met Nederland èn de bevoegdheid uitdrukkelijk is aanvaard èn de bevoegdheid van de Nederlandse rechter door het belang van de kinderen wordt gerechtvaardigd.
5. Verzoeker heeft zich desgevraagd bij brief van 29 januari 2021 uitgelaten over de vraag of van de in artikel 12 lid 3 van Pro de Verordening Brussel-II bis bedoelde situatie sprake is. De kantonrechter is op basis van hetgeen naar voren is gebracht wel gebleken dat zich hier een situatie als bedoeld in artikel 12 lid 3 van Pro de Verordening Brussel-II bis voordoet en zal zich daarom bevoegd verklaren.
6. Nu op grond van de artikelen 262 tot en met 268 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) geen andere rechter wordt aangewezen, is de kantonrechter te Den Haag bevoegd op het onderhavige verzoekschrift te beslissen.
7. De kantonrechter dient voorts vast te stellen welk recht in dit geval dient te worden toegepast. Die vraag moet worden beantwoord aan de hand van het bepaalde in het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Artikel 17 van Pro het Verdrag bepaalt dat de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid wordt beheerst door het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Het onderhavige machtigingsverzoek dient derhalve te worden beoordeeld naar het recht van Italië.
8. Artikel 374 van Pro Boek 1 van het Italiaanse Burgerlijk Wetboek bepaalt dat voor verwerping van een nalatenschap namens een minderjarige toestemming van de rechter nodig is. Het verzoek is dus op de wet gegrond. Toewijzing van het verzoek is bovendien in het belang van de minderjarige. De kantonrechter zal de verzochte machtiging daarom verlenen.

Beslissing

De kantonrechter:
- verklaart zich bevoegd om op het verzoek te beslissen;
- verleent machtiging tot verwerping van de nalatenschap van
[erflater], overleden op [overlijdensdatum] 2020 te [gemeente] , namens de voornoemde minderjarigen.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.D. Bellaart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 februari 2021.
Tegen deze beslissing kan door indiening van een beroepschrift (door een advocaat) ter griffie van het Gerechtshof Den Haag hoger beroep worden ingesteld:
a. door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak.
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.