ECLI:NL:RBDHA:2021:2033
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek aanwijzing herstructureringsdeskundige wegens gebrek aan belang en onvoldoende aannemelijkheid voortzetting onderneming
Verzoekster, een ondernemer met circa tien werknemers, zag haar omzet door de coronapandemie sterk teruglopen, leidend tot financiële problemen en ontslag van zeven werknemers. Zij heeft een schuldenlast van bijna €90.000, waarvan een deel privé is. De administratie van haar onderneming is niet op orde en definitieve jaarcijfers ontbreken.
Verzoekster diende een verzoek in tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige op grond van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA), stellende dat zij in een toestand verkeert waarin zij waarschijnlijk insolvent zal raken, maar na herstructurering levensvatbaar blijft. De rechtbank stelde vast dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar lopende verplichtingen kan voldoen en dat de financiële gegevens onvoldoende onderbouwd zijn.
Daarnaast is een aanzienlijk deel van de schulden privé, en is onduidelijk hoe deze zijn ontstaan. De voorgestelde herstructureringsdeskundige wordt niet als onafhankelijk beschouwd, mede vanwege eerdere advisering aan verzoekster. Ook ontbreekt nadere onderbouwing van de deskundigheid van de voorgedragen personen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden en dat de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige geen meerwaarde biedt. Het verzoek wordt daarom afgewezen wegens gebrek aan belang en onvoldoende aannemelijkheid van het voortzetten van de onderneming.
Uitkomst: Het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige wordt afgewezen wegens gebrek aan belang en onvoldoende aannemelijkheid dat verzoekster haar lopende verplichtingen kan voldoen.