ECLI:NL:RBDHA:2021:2066
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf bij aspirant-adoptief ouder wegens niet voldoen aan voorwaarden
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar aspirant-adoptief ouder, referente, te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet meer minderjarig was, geen geldige identiteitsdocumenten had overgelegd en niet kon aantonen dat zij in het land van herkomst in het gezin van referente was opgenomen en door haar werd verzorgd.
Eiseres stelde dat zij voldoende bewijs had geleverd van haar identiteit en familierechtelijke relatie met referente, onder meer via een verklaring van de kerk en de asielverklaring van referente. Ook voerde zij aan dat verweerder haar een DNA-onderzoek had moeten aanbieden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat niet aan de voorwaarden van artikel 16 Vreemdelingenwet Pro 2000 en artikel 3.27 Vreemdelingenbesluit 2000 was voldaan. De identiteit van eiseres was onvoldoende aangetoond, en er ontbrak een geldige reden voor het ontbreken van identiteitsdocumenten. Tevens was eiseres niet meer minderjarig en was niet voldaan aan de eis dat zij gezamenlijk met de aspirant-adoptief ouders Nederland was binnengekomen.
Daarom was de afwijzing van de aanvraag terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen.