ECLI:NL:RBDHA:2021:2069
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure wegens beslissing op hoofdzaak
Verzoeker, een Iraakse nationaliteit dragende persoon geboren in 1993, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag is bij besluit van 9 februari 2021 afgewezen als kennelijk ongegrond door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld op 2 maart 2021, gelijktijdig met de behandeling van het hoofdberoep (zaaknummer NL21.2188). Omdat op dat hoofdberoep reeds uitspraak is gedaan op dezelfde dag, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het hoofdberoep reeds is beslist.