Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
en [verzoeker](verzoeker), verzoekers V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer]
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, met de Libische nationaliteit en geboren in 1989 en 2019, hadden een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was afgewezen. Verzoekster werd niet-ontvankelijk verklaard en kreeg een inreisverbod van twee jaar opgelegd, terwijl verzoeker een vertrektermijn van 28 dagen kreeg na afwijzing van zijn aanvraag als kennelijk ongegrond.
Tegen deze besluiten hadden verzoekers beroep ingesteld en tevens gevraagd om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde de zaak samen met een gerelateerd beroep (NL21.2329) op 2 maart 2021, waarbij verzoekers werden bijgestaan door een gemachtigde en een tolk.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet langer nodig was omdat op het onderliggende beroep reeds was beslist. Om die reden wees de rechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 4 maart 2021 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.