Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2], mede ten behoeve van hun minderjarige kinderen
[verzoeker 4], verzoekers
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen. Tegelijkertijd hebben zij een voorlopige voorziening gevraagd om de gevolgen van deze besluiten te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft de zitting gehouden op 2 maart 2021, waarbij verzoekers en hun gemachtigde aanwezig waren, evenals een tolk. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
In de uitspraak van dezelfde datum heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep zelf, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier S. Westerhof en is uitgesproken op 5 maart 2021. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.