ECLI:NL:RBDHA:2021:2118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse eiser wegens onvoldoende geloofwaardigheid
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, diende op 8 april 2019 een asielaanvraag in die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze afwijzing.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concreet en gedetailleerd kon verklaren over zijn arrestatie en detentie wegens vermeend lidmaatschap van een cult, ondanks zijn ontkenning hiervan. Zijn verklaringen over mishandeling en ontsnapping uit de gevangenis werden als vaag en tegenstrijdig beoordeeld. Ook de overgelegde bronnen zoals een krantenartikel en blog werden als onbetrouwbaar verworpen.
Daarnaast faalde eiser in het aannemelijk maken van de bedreiging met de dood door een derde persoon en kon de aangifte mensenhandel in Italië niet relevant worden geacht voor de geloofwaardigheidsbeoordeling van de Nigeriaanse feiten.
De rechtbank concludeerde dat eiser zijn asielverhaal onvoldoende aannemelijk had gemaakt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.