ECLI:NL:RBDHA:2021:2138
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Guinese Fula wegens onvoldoende ernstige beperking bestaansmogelijkheden
Eiser, een Guinese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, aangevoerd met discriminatie wegens zijn Fula etniciteit en mishandeling na aangifte tegen een generaal. Verweerder achtte de identiteit en etnische discriminatie geloofwaardig, maar verwierp de mishandeling wegens tegenstrijdigheden en onvoldoende bewijs.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende rekening had gehouden met het analfabetisme en de laaggeletterdheid van eiser, waarbij ook het gebruik van een tolk en herhaalde vragen werden meegewogen. De inconsistenties in het relaas van eiser en het ontbreken van concrete details over mishandeling werden als zwaarwegend beschouwd.
Hoewel de discriminatie van Fula in Guinee werd erkend, concludeerde de rechtbank dat deze niet leidde tot een zodanige ernstige beperking van de maatschappelijke en sociale functioneren van eiser dat hij als vluchteling kon worden aangemerkt. De aangevoerde bronnen bevestigden onderdrukking, maar niet de persoonlijke ernst van de situatie van eiser.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden.