Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
private life. Aangezien de zittingsrechter noch de verdediging beschikt over de stukken die nodig zijn om te kunnen toetsen of die verwerking rechtmatig is, zoals stukken met betrekking tot de inzet van de onderscheppingsbevoegdheid door de Franse opsporingsautoriteiten, levert dit een inbreuk op artikel 8 EVRM Pro. Deze inbreuk levert tevens een schending op van artikel 6 EVRM Pro, waarbij onrechtmatig is gehandeld tegen de individuele verdachte. Ook indien geen sprake is van schending van een eerlijk proces ex artikel 6 EVRM Pro, dient deze inbreuk op artikel 8 EVRM Pro op de voet van artikel 359a Wetboek van Strafvordering (Sv) te worden gesanctioneerd.
verhullen, hetgeen - anders dan de handelingen
verwerven, voorhanden hebben, overgedragen, omzettenen
gebruik maken van- niet ten laste is gelegd. De verdachte zal hiervan dan ook partieel worden vrijgesproken.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen goederen
€ 2.600,00, nu de verdachte partieel zal worden vrijgesproken van witwassen ten aanzien van dit geldbedrag. Ten aanzien van de overige in beslag genomen goederen stelt de rechtbank vast dat deze goederen in aanmerking komen voor verbeurdverklaring, nu deze aan de verdachte toebehoren en dit voorwerpen betreffen met betrekking tot welke de strafbare feiten zijn begaan. De rechtbank zal dan ook beslissen tot verbeurdverklaring van de in beslag genomen goederen, zoals vermeld op de bij dit vonnis gevoegde beslaglijst onder de nummers 2 tot en met 6.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
7 (zeven) jaren;