Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 februari 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Stichting Scholengroep Spinoza voor Voortgezet Onderwijs, te Voorburg.
Rechtbank Den Haag
Bij besluit van 3 mei 2018 verleende het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg een omgevingsvergunning voor het kappen van dertig bomen aan een laan in een plaats. De bomen zijn in 2018 gekapt en er is een herplantplicht opgelegd. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het eerdere bezwaarbesluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Bij het bestreden besluit van 24 december 2018 werd het bezwaar wederom niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank overwoog dat procesbelang in beginsel ontbreekt bij een vergunning voor een eenmalige activiteit die reeds is uitgevoerd, zoals het kappen van bomen. Hoewel procesbelang kan bestaan bij het verkrijgen van schadevergoeding of het opnemen van vergunningvoorschriften, is dat hier niet het geval omdat er al een herplantplicht geldt. Het gestelde belang van eiser om toekomstige belangen mee te laten wegen bij vergunningverlening is onvoldoende om procesbelang aan te nemen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter D.R. van der Meer op 3 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang nu de bomen reeds zijn gekapt en er een herplantplicht geldt.