Eiser, afkomstig uit het door Marokko bestuurde deel van de Westelijke Sahara en stellende tot het Sahrawi-volk te behoren, verzocht asiel met het argument dat Marokko geen veilig land is vanwege discriminatie en oorlogssituaties. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij tot de Sahrawi behoort en dat Marokko als veilig land van herkomst geldt.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor zijn identiteit en herkomst, mede omdat hij steeds de Marokkaanse nationaliteit heeft opgegeven en geen documenten heeft overgelegd. Ook zijn verklaringen over problemen door de oorlog in de Westelijke Sahara worden niet geloofd. De rechtbank vindt het terecht dat verweerder Marokko als veilig land aanmerkt.
Verder is de vrees van eiser voor detentie vanwege activisme niet aannemelijk gemaakt, aangezien dit pas in beroep is aangevoerd en onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.