ECLI:NL:RBDHA:2021:2346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing faciliterend visum wegens termijnoverschrijding
Eiseres, een Marokkaanse nationaliteit houdende vrouw, diende een aanvraag in voor een faciliterend visum om samen met haar echtgenoot, een Nederlandse EU-burger, tijdelijk in Luxemburg te verblijven. De aanvraag werd door de minister van Buitenlandse Zaken afgewezen, waarna eiseres bezwaar maakte dat eveneens ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank behandelde het beroep op ontvankelijkheid. Verweerder stelde dat het beroepschrift te laat was ingediend, terwijl eiseres stelde dat zij het beroepschrift binnen de termijn had verzonden maar dat vertraging door de coronapandemie in het postverkeer de ontvangst had vertraagd. De rechtbank oordeelde dat de ontvangst van het beroepschrift ruim drie maanden na de beroepstermijn was en dat deze vertraging niet voldoende aannemelijk was gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De verdere inhoudelijke behandeling van het beroep was daardoor niet aan de orde. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het beroepschrift.