ECLI:NL:RBDHA:2021:2392
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag wijziging verblijfsdoel op niet-tijdelijke humanitaire gronden wegens ontbreken aantoonbaar huiselijk geweld en blijvende afhankelijkheid
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om wijziging van haar verblijfsvergunning naar niet-tijdelijke humanitaire gronden nadat haar huwelijk was beëindigd. De staatssecretaris trok haar verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in en wees haar aanvraag af. Eiseres stelde dat zij slachtoffer was van huiselijk geweld en dat terugkeer naar Marokko vanwege eergerelateerd geweld en de situatie van haar Nederlandse kind niet mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd voor aantoonbaar huiselijk geweld, aangezien aangiftes gebaseerd waren op eigen verklaringen zonder vervolging of onafhankelijke bevestiging. Ook waren de overgelegde foto’s en verklaringen van opvanginstanties onvoldoende om het geweld aannemelijk te maken. Daarnaast was niet aannemelijk gemaakt dat eiseres blijvend afhankelijk was van verblijf in Nederland, omdat zij zich ook elders in Marokko zou kunnen vestigen en onvoldoende bewijs was geleverd over problemen van haar kind in Marokko.
De rechtbank volgde de staatssecretaris in diens belangenafweging en oordeelde dat het verstrekken van een EU-document voor gezinsleden voldoende tegemoet kwam aan het gezinsleven. Er was geen sprake van schending van artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag tot wijziging van verblijfsdoel op niet-tijdelijke humanitaire gronden is ongegrond verklaard.