ECLI:NL:RBDHA:2021:2442
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens kennelijke ongegrondheid en niet-onverwijld melden in Duitsland
Eiser, een Turkse staatsburger van Koerdische afkomst, diende in Nederland een asielaanvraag in nadat hij eerder in Duitsland asiel had aangevraagd en vervolgens met onbekende bestemming was vertrokken. De Nederlandse staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van het niet onverwijld melden in Duitsland en het gebruik van een toeristenvisum op oneigenlijke gronden.
De rechtbank oordeelde dat eiser terecht werd verweten dat hij zich niet direct tot de autoriteiten in Duitsland heeft gewend, ondanks dat hij bescherming zocht. Zijn verklaringen over bedreigingen en dienstweigering werden als tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd beoordeeld. Ook werd hij niet erkend als gewetensbezwaarde, omdat hij geen diepgewortelde overtuiging aannemelijk maakte.
Hoewel eiser als Koerd discriminatie ondervindt, achtte de rechtbank deze niet ernstig genoeg om vluchtelingenstatus toe te kennen. Het opleggen van een inreisverbod en het onthouden van een vertrektermijn werden eveneens als terecht beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.