ECLI:NL:RBDHA:2021:2451
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling minderjarigen wegens verbeterde thuissituatie
De rechtbank Den Haag behandelde op 5 maart 2021 het verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen bij hun moeder. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en de kinderen verblijven feitelijk bij haar. De eerdere ondertoezichtstelling liep van 6 maart 2020 tot 6 maart 2021.
De gecertificeerde instelling voerde aan dat ondanks een positieve lijn in het gezin, de schoolresultaten van de kinderen achteruit waren gegaan en dat zij bovengemiddeld vaak afwezig waren. Ook was een gestart traject bij de praktijkondersteuner huisartsen (POH) na één gesprek stopgezet. De thuissituatie bleef moeilijk door de zorgbehoefte van een jonger kind. De moeder stelde daartegenover dat het gezin het goed doet, zij zelf hulp heeft geregeld en dat de kinderen geen behoefte hebben aan aanvullende gedwongen hulp.
De kinderrechter nam de verklaringen van de kinderen mee, die aangaven geen behoefte te hebben aan meer hulp. Gelet op hun leeftijd en de verbeterde situatie, waarbij de ex-partner van de moeder ruim een jaar uit beeld is, oordeelde de rechter dat de gronden voor ondertoezichtstelling niet langer aanwezig zijn. De kinderrechter benadrukte het belang van alertheid op mogelijke langetermijngevolgen van eerdere gebeurtenissen en vertrouwt op de moeder om indien nodig professionele hulp in te schakelen.
De rechtbank wees het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af. De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door kinderrechter A.J. Japenga.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling van twee minderjarigen wordt afgewezen wegens verbeterde thuissituatie en afgenomen noodzaak.