ECLI:NL:RBDHA:2021:2463
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiseres diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiseres voerde onder meer aan dat er geen gebruik is gemaakt van een registertolk en dat zij minderjarig is, terwijl Duitsland haar als meerderjarige registreerde.
De rechtbank constateerde een gebrek in het bestreden besluit omtrent de beschikbaarheid van registertolken, maar passeerde dit gebrek omdat eiseres niet in haar belangen was geschaad. Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht mocht uitgaan van de Duitse registratie als meerderjarige, mede gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en vaste rechtspraak. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat deze registratie onjuist was.
De rechtbank verwierp ook het betoog dat verweerder had moeten wachten op een geboorteakte en dat een leeftijdsschouw had moeten plaatsvinden. De enkele stelling dat eiseres slachtoffer is van mensenhandel en daarom een verkeerde geboortedatum zou hebben opgegeven, bood onvoldoende grond om aan de Duitse registratie te twijfelen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiseres. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.