ECLI:NL:RBDHA:2021:2492
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit overdragen asielzoeker aan Duitsland wegens verlopen overdrachtstermijn
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, diende op 19 oktober 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder besloot eiser over te dragen aan Duitsland op grond van de Dublinverordening. Eiser betwistte dat sprake was van een geldige overdracht, met name dat zijn verblijf in Duitsland niet als vrijwillige overdracht kan worden gezien. De rechtbank oordeelt dat geen overdracht heeft plaatsgevonden zoals bedoeld in de verordening, mede gelet op medische afspraken en het ontbreken van een gecontroleerde overdracht.
De overdrachtstermijn van zes maanden, die startte op 28 november 2019, werd opgeschort van 21 januari tot 29 juli 2020. De termijn is uiteindelijk verstreken op 20 november 2020. Verweerder vroeg een nieuw claimakkoord aan terwijl de termijn nog liep, wat niet is toegestaan. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten.
De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien of verweerder op te dragen een nieuw besluit te nemen. De uitspraak is gedaan door rechter A.K. Mireku en griffier B.E. Giesen en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot overdracht aan Duitsland wordt vernietigd.