Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. S. Zohrabian, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij is vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege systeemfouten in Duitsland, waaronder tekortkomingen in de asielprocedure, opvangvoorzieningen, risico op refoulement, en het risico op onmenselijke behandeling in gesloten centra. Tevens wees hij op het risico van racistisch geweld en besmetting met het coronavirus.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing, en eiser kan zich bij problemen wenden tot Duitse autoriteiten. Ook de tijdelijke belemmering door de coronamaatregelen maakt de vaststelling van Duitsland als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd is en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.