ECLI:NL:RBDHA:2021:2613
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing herhaald rekest sergeant-majoor Defensie wegens procedurefout
Eiser diende op 25 oktober 2018 een rekest in om de looptijd in rang als sergeant-majoor bij het commando landstrijdkrachten mee te laten tellen bij zijn huidige rang bij het commando zeestrijdkrachten. Dit rekest werd bij besluit van 20 december 2018 afgewezen zonder rechtsmiddelenclausule. Eiser deed vervolgens een herhaald rekest op 11 december 2019, dat bij besluit van 21 september 2020 eveneens werd afgewezen. Eiser maakte bezwaar tegen beide besluiten bij brief van 30 oktober 2020.
Verweerder stuurde deze brief door naar de rechtbank met de uitleg dat het herhaalde rekest als bezwaarschrift moest worden aangemerkt en dat het besluit van 21 september 2020 een beslissing op bezwaar was. De rechtbank oordeelde dat het besluit van 21 september 2020 vernietigd moet worden omdat verweerder de bezwaarprocedure heeft overgeslagen, waardoor eiser niet de mogelijkheid kreeg om zijn argumenten te presenteren.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en de proceskosten van €1068,-. Verweerder moet nu eerst inhoudelijk beslissen op het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het besluit van 21 september 2020 wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.