De zaak betreft een geschil tussen Koninklijke PostNL B.V. als werkgever en het UWV over een WIA-uitkering van een werknemer. Het UWV had het bezwaar van de werkgever tegen het primaire besluit dat de uitkering niet wijzigt, niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat zou zijn ingediend.
De werkgever had het bezwaarschrift aangetekend verstuurd en kon aantonen dat het op 8 mei 2020 bij het UWV was afgeleverd, maar het UWV kon dit niet terugvinden in de interne registratie en stelde dat het bezwaar pas op 13 juli 2020 was ontvangen. De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend omdat het risico van zoekraken bij aangetekende verzending te verwaarlozen is en het UWV verantwoordelijk is voor de interne verwerking.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan de werkgever vergoed en wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van €534. De werknemer is geen belanghebbende bij het beroep, maar wel bij het nieuwe besluit.