Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser/verzoeker
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Nederlandonvoldoende opsporingsindicaties aanwezig zijn is ook niet in overeenstemming met de doelstelling van de Europese Unie (EU). Dit geeft blijk van een onvoldoende samenwerking met andere EU landen en draagt niet bij aan een veilige en rechtvaardige EU. Eiser verwijst naar considerans één van de Richtlijn. [2] Voorts heeft verweerder niet zorgvuldig gehandeld door geen grondig individueel onderzoek te verrichten. Eiser verwijst verder naar een artikel in de krant Trouw [3] . Door enkel de noodzakelijkheid van de aanwezigheid van eiser in Nederland voor het opsporingsonderzoek voor de beoordeling van de aanvraag van belang te achten, vergeet verweerder dat de bescherming en veiligheid van eiser als slachtoffer van mensenhandel ook een aspect is die in de beoordeling meegewogen had moeten worden. Dit aspect is opgenomen in artikel 7, tweede lid, van de Richtlijn. Verder is van belang dat eiser niet terug kan keren naar Italië omdat de medische voorzieningen in Italië door de corona-uitbraak verslechterd zijn [4] . Er kan niet zonder meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden uitgegaan [5] . Eiser is slachtoffer van mensenhandel, een getraumatiseerde adolescent die als bijzonder kwetsbaar moet worden aangemerkt. Daarbij verwijst eiser naar het verslag van de GZA-arts van 16 maart 2020. Een overdracht naar Italië is onevenredig, aldus eiser.