Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2021 in de zaak tussen
[eiseres 1] ,
het college van burgemeester en wethouders van Delft, verweerder
[derde-partij]te [woonplaats] , vergunninghouder
Rechtbank Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Delft verleende een omgevingsvergunning voor het bouwen van drie appartementen met garage en het kappen van een rode beuk op een locatie in Delft. Eisers stelden beroep in tegen dit besluit, stellende dat de vergunning in strijd was met diverse ruimtelijke en procedurele regels, waaronder onvoldoende onderzoek naar de woningbehoefte en het negeren van een vrijwaringszone langs het Rijn-Schiekanaal.
De rechtbank oordeelde dat het project geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft en dat de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet vereist was. Tevens werd geoordeeld dat de vergunning passend is binnen de omgeving en dat de overschrijding van bouwhoogte en -massa voldoende is gemotiveerd. Het beroep van een eiser die geen zienswijze had ingediend werd niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van het kappen van de rode beuk werd vastgesteld dat de boom reeds was gekapt en dat het beroep daarop geen procesbelang had, aangezien het beroep niet gericht was op herplant. Het beroep tegen het kappen werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het overige beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt grotendeels ongegrond verklaard en het beroep tegen het kappen van de boom niet-ontvankelijk.