Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Leiden, verweerder
[derde-partij]te [woonplaats] , vergunninghouder
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een bestuursrechtelijke zaak over een omgevingsvergunning voor een hostel. Na een eerdere tussenuitspraak werd verweerder (het college van burgemeester en wethouders van Leiden) in de gelegenheid gesteld een akoestisch onderzoek te verrichten om de geluidbelasting en gevolgen voor het woon- en leefklimaat nader te motiveren.
Verweerder liet een aanvullend akoestisch rapport opstellen dat concludeerde dat het geluid op de openbare weg door het hostel voldoet aan de eisen van een goed woon- en leefklimaat. Eiser betwistte de juistheid van het worst case-scenario en de gehanteerde gevelisolatie, en overhandigde een rapport van de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG) ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat het akoestisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en het worst case-scenario representatief is. De NSG bevestigde dat de etmaalwaarden niet worden overschreden, maar stelde dat piekgeluiden overdag mogelijk onaanvaardbaar zijn. De rechtbank volgde dit niet en concludeerde dat verweerder het gebrek had hersteld. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand na herstel van het gebrek.