ECLI:NL:RBDHA:2021:27
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Turks gezin wegens ongeloofwaardigheid en verzwegen feiten
Een Turks gezin heeft asiel aangevraagd in Nederland vanwege vermeende problemen met de Turkse autoriteiten, veroorzaakt door de oudste zoon die kritiek uitte op de Turkse overheid en een asielvergunning in Nederland kreeg. De jongste zoon vreesde vervolging wegens ontduiking van de militaire dienstplicht. Verweerder wees de aanvragen af als kennelijk ongegrond, onder meer omdat het gezin niet aannemelijk kon maken dat zij als landverraders worden gezien en omdat vader relevante strafrechtelijke veroordelingen en een inreisverbod had verzwegen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van het gezin niet voldoende geloofwaardig waren. De politieverhoren van vader waren niet gevolgd door beschuldigingen of beperkingen, en het gezin kon legaal Turkije verlaten. De jongste zoon kon zijn langdurige ontduiking van de dienstplicht niet aannemelijk maken en gaf tegenstrijdige verklaringen. Documenten over zijn dienstplicht werden niet als doorslaggevend erkend.
De asielaanvragen werden afgewezen op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000. Het aan moeder opgelegde inreisverbod werd deels gemotiveerd door het verzwegen strafrechtelijk verleden van vader, maar dit werd door de rechtbank gepasseerd. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro over het familieleven met de in Nederland verblijvende oudste zoon slaagde niet. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvragen af en handhaaft de inreisverboden wegens ongeloofwaardigheid en verzwegen feiten.