ECLI:NL:RBDHA:2021:2724

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 maart 2021
Publicatiedatum
22 maart 2021
Zaaknummer
SGR 20/2915
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Meststoffenwet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering bestuurlijke boete wegens overtreding Meststoffenwet

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan eiseres een bestuurlijke boete opgelegd van €2.565 wegens overtreding van de Meststoffenwet. Eiseres maakte bezwaar tegen deze boete, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Den Haag.

Tijdens de zitting, die per videoverbinding plaatsvond, erkenden partijen dat de boete te hoog was vastgesteld. De rechtbank stelde vast dat de juiste boete €540 bedraagt in plaats van het oorspronkelijk opgelegde bedrag. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit voor zover de boete werd opgelegd.

Daarnaast veroordeelde de rechtbank de verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €345 en proceskosten van €1.602 aan eiseres. De uitspraak werd mondeling gedaan op 10 maart 2021 door rechter Waasdorp, waarna partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Meststoffenwet wordt verminderd van €2.565 naar €540.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 20/2915
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2021 in de zaak tussen
[onderneming], statutair gezeteld in [zetel] , Verenigd Koninkrijk, gevestigd in [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: ir. A.H.J. van der Putten),
en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Kram).

Procesverloop

In het besluit van 5 april 2019 (primair besluit) heeft verweerder eiseres een bestuurlijke boete opgelegd van in totaal € 2.565,- wegens overtreding van de Meststoffenwet en daarop gebaseerde regelgeving.
In het besluit van 24 juni 2019 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de zaak naar de rechtbank Den Haag gestuurd.
Verweerder heeft een aanvulling op het verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft per videoverbinding plaatsgevonden op 10 maart 2021. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit, voor zover verweerder daarbij aan eiseres een boete heeft opgelegd van € 2.565,-, en bepaalt dat de boete wordt vastgesteld op € 540,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.602,-.

Overwegingen

Niet in geschil is dat eiseres de Meststoffenwet en daarop gebaseerde regelgeving heeft overtreden. Verder staat vast dat verweerder hiervoor een boete mag opleggen. De rechtbank heeft ter zitting met partijen vastgesteld dat deze boete € 540,- moet zijn in plaats van € 2.565,-. Daarom beslist de rechtbank zoals weergegeven onder het kopje ‘Beslissing’. Bij het bepalen van de hoogte van de proceskosten is de rechtbank uitgegaan van 3 punten (bezwaarschrift, beroepschrift en zitting), met een waarde per punt van € 534,- en wegingsfactor 1.
Deze uitspraak is gedaan in het openbaar op 10 maart 2021 door mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, rechter, in aanwezigheid van mr. G.A. Verhoeven, griffier.
Griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.