Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van18 februari 2021 in de zaak tussen
mr. [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de navorderingsaanslag, de boetebeschikking en de rentebeschikking.
Overwegingen
€ 479.250 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 396.897.
€ 48.555 (de navorderingsaanslag). Verweerder is hierbij uitgegaan van een bruto resultaat overige werkzaamheden van € 60.694 minus 20% kosten. Tegelijkertijd is bij beschikking een vergrijpboete opgelegd van € 7.778 en € 2.652 aan belastingrente in rekening gebracht.
€ 18.094 reeds bij de stichting in de belastingheffing is betrokken, zoals gesteld door eiser. Met betrekking tot de schatting heeft verweerder ter zitting niet kunnen bevestigen of het uurtarief van € 300 in 2014 gold voor alle cliënten van eiser. De rechtbank vindt het te ver gaan om op basis van één overeenkomst, welke niet door verweerder aan de rechtbank is overgelegd, te veronderstellen dat eiser dit uurtarief voor al zijn cliënten en werkzaamheden heeft gehanteerd. Het had op de weg van verweerder gelegen om de door hem veronderstelde inkomsten en de kwade trouw nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door bankafschriften waaruit blijkt dat en hoeveel aan eiser voor de verrichte werkzaamheden is betaald. Hetgeen verweerder heeft aangevoerd en overgelegd, biedt onvoldoende grond voor het oordeel dat eiser (opzettelijk) niet alle door hem genoten inkomsten heeft aangegeven en aldus te kwader trouw heeft gehandeld.
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
18 februari 2021.