Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2021 in de zaken tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
- het in april 2018 aan eisers re-integratiebegeleider verklaren dat hij een uur per week vrijwilligerswerk verricht voor de Stichting en dat eiser zichzelf niet in staat acht tot meer dan dat, terwijl hij al sinds april 2017 wekelijks (meer dan) een volledige werkweek werkzaamheden verricht voor de Stichting;
Verweerder heeft vastgesteld dat eiser gedurende een zeer lange periode, te weten van december 2017 tot oktober 2018, de gelegenheid heeft gehad om melding te maken van de inkomsten die eiser ontving van de gemeente Emmen en melding te maken van de omvang van het (vrijwilligers)werk dat hij heeft verricht voor de Stichting. Het had op eisers weg gelegen om bij zijn re-integratiebegeleider aan te geven dat hij wel in staat was om meer dan een uur per week vrijwilligerswerk te verrichten en zijn verdiensten van de gemeente Emmen te melden bij Defensie. Eiser heeft dit nagelaten en heeft bovendien niet onderbouwd dat hij, vanwege ziekte, de ontoelaatbaarheid van zijn gedrag niet heeft kunnen inzien en niet overeenkomstig dat inzicht heeft kunnen handelen. Ook anderszins is verweerder niet van dergelijke feiten of omstandigheden gebleken. Daarom heeft verweerder vastgesteld dat het verweten gedrag eiser kan worden toegerekend.