Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
juli2016 en 13 maart 2017 te Den Haag en/of Monster en/of Delft en/of Apeldoorn en/of Soest en/of Assen en/of Helmond en/of Deventer en/of Enschede en/of elders in Nederland, al dan niet in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
en/of geld nodig hadden, die aangevers (terwijl die aangevers zich in een financieel kwetsbare positie bevonden) als voorwaarde voor de lening
en/of het betalen van een geldbedraggesteld dat zij op hun eigen naam een of meerdere telefoonabonnement(en) moesten afsluiten maar dat zij daarvan geen aansprakelijkheid zouden krijgen/ondervinden omdat die abonnementen door een bevriend persoon van hem, verdachte en/of zijn mededader(s), bij de telecommaatschappij "uit het systeem zouden worden gehaald" en/of ongedaan zouden worden gemaakt, waardoor er bij die aangevers de verwachting ontstond dat zij inderdaad geen aansprakelijkheid voor die telefoonabonnementen zouden dragen en/of vervolgens
met gegevens van die aangever(s) telefoonabonnementen (met bijbehorende telefoons) heeft/hebben afgeslotenlaten bezorgen op het /de adres(sen) van die aangevers en/of (vervolgens) de telefoons bij die aangevers opgehaald en/of vervolgens
3.Vrijspraak
doorhet oplichtingsmiddel (hier: het samenweefsel van verdichtsels) is bewogen tot, in deze zaak, het ter beschikking stellen van persoonlijke gegevens en bankrekeningnummer, alsmede de telefoons en simkaarten met bijbehorende telefoonabonnementen.
nietzozeer door het oplichtingsmiddel lijken te zijn bewogen tot de betreffende handelingen, maar bovenal door de intrinsieke wens hun financiële situatie te verbeteren. De meeste aangevers hebben
zelfhet initiatief genomen om op internet op zoek te gaan naar een lening buiten de gebruikelijke kanalen om, dan wel een manier om snel extra geld te verdienen. Zij hebben gereageerd op een advertentie op internet en zijn vervolgens tot de betreffende handelingen overgegaan, omdat zij dachten zo makkelijk geld te kunnen verkrijgen. Strikt genomen rechtvaardigt dit de conclusie dat reeds hierom geen sprake is van oplichting in de zin van artikel 326 lid 1 Sr Pro (vgl. ook Gerechtshof Amsterdam 23 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1214).
4.De vorderingen van de benadeelde partijen
- gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [aangever 4] ;
- gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [aangever 3] ;
- gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [aangever 8] tot een bedrag van € 4.855,63 (materiële schade) en niet-ontvankelijk verklaring van deze benadeelde partij in het overige deel van de vordering (immateriële schade).