ECLI:NL:RBDHA:2021:2875
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker is op 22 oktober 2020 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vanwege het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, heeft de verweerder op 11 november 2020 alsnog een beslissing genomen. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.
De verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, waardoor de rechtbank concludeert dat er geen bezwaar is tegen vergoeding. De rechtbank wijst toe dat verzoeker recht heeft op een vaste proceskostenvergoeding omdat hij een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld. Vanwege het beperkte onderwerp van de procedure, namelijk de overschrijding van de beslistermijn, wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
De rechtbank veroordeelt de verweerder tot betaling van €267 aan proceskosten aan verzoeker. Er zijn geen verdere kosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier M. Bos en is openbaar gemaakt op 7 januari 2021.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €267 aan proceskosten aan verzoeker wegens overschrijding van de beslistermijn.