Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser, V-nummer [V-nummer 1]
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
.
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eisers, kinderen van de referent, hebben een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om als familie- of gezinslid bij hun vader in Nederland te verblijven. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvragen afgewezen omdat de referent niet heeft aangetoond het rechtmatig gezag over eisers te hebben, zoals vereist op grond van artikel 3.14, onder c, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank stelt vast dat eisers vóór het huwelijk van hun ouders zijn geboren en dat een Azerbeidzjaanse rechtbank in 2012 de moeder het volledige gezag heeft toegekend. Eisers betogen dat volgens de islamitische rechtstraditie de vader na ontbinding van het huwelijk het gezag krijgt, en dat de moeder haar gezagsrechten heeft overgedragen aan de vader, maar dit is onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat het rechtmatig gezag niet is aangetoond, mede omdat de referent geen bewijs heeft geleverd van een islamitisch huwelijk of scheiding en geen wijziging van de rechterlijke uitspraak heeft overgelegd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van rechtmatig gezag.