ECLI:NL:RBDHA:2021:2895
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij kinderen ondanks eenhoofdig gezag moeder
Eiser, een Albanese man, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij zijn vier kinderen in Nederland te verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser geen verblijfsrecht had toen het gezinsleven begon, sinds medio 2016 niet in gezinsverband met de kinderen woonde en de moeder eenhoofdig gezag heeft. Tevens is aan eiser het recht op omgang met de kinderen voor één jaar ontzegd.
Eiser voerde aan dat hij een hoger beroep had ingesteld tegen de eenhoofdig gezagsregeling en dat dit van invloed zou zijn op de verblijfsvergunning. Ook stelde hij dat hij een arbeidscontract had en een beschermenswaardig privéleven in Nederland had opgebouwd. De rechtbank oordeelde echter dat het gezag niet was gewijzigd en dat de overgelegde arbeidsgegevens niet relevant waren voor de ex-tunc toetsing.
De rechtbank verwierp het betoog dat de motivering onzorgvuldig was en dat eiser zonder mvv Nederland was binnengekomen, aangezien Albanezen visumvrij zijn maar niet langer dan 90 dagen mogen verblijven zonder verblijfsvergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege het eenhoofdig gezag van de moeder en het ontbreken van gezinsverband.