ECLI:NL:RBDHA:2021:2912
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER voor moeder van meerderjarige kinderen
Eiseres, een Pakistaanse vrouw, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument EU/EER om in Nederland te verblijven bij haar drie kinderen met de Nederlandse nationaliteit. De aanvraag werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarna ook het bezwaar ongegrond werd verklaard. Eiseres stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank oordeelde dat op grond van het arrest Chavez-Vilchez artikel 20 van Pro het VWEU zich verzet tegen nationale maatregelen die het effectieve genot van rechten van EU-burgers ontzeggen, zoals het recht van minderjarige kinderen om bij hun ouder te verblijven. Echter, in deze zaak zijn de kinderen inmiddels 17, 19 en 20 jaar oud, en is niet gebleken dat zij bijzondere afhankelijkheid van eiseres hebben of dat zij niet voor zichzelf kunnen zorgen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen, omdat niet is aangetoond dat de kinderen gedwongen zouden worden het EU-grondgebied te verlaten bij weigering van het verblijfsrecht aan eiseres. Ook het beroep op schending van de hoorplicht faalde. Ten aanzien van de gezondheidssituatie van de echtgenoot werd gewezen op de mogelijkheid om een aanvraag te doen op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 6 januari 2021 en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER wordt ongegrond verklaard.