Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
wordt beschermddoor artikel 5 EVRM Pro. De rechtbank zal dan ook niet de bescherming die artikel 5 EVRM Pro en artikel 6 Handvest Pro, gelezen in samenhang met artikel 47 Handvest Pro, bieden tegen een onrechtmatige inbreuk op het grondrecht op vrijheid “gebruiken” om de eigen termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De rechtbank overweegt daarom dat het niet relevant is waarom de rechtbank niet in staat is geweest eenvoudigweg te voldoen aan de termijn die de wet haar geeft om het vooronderzoek te sluiten. Evenmin is het relevant dat deze enkele termijnoverschrijding niet zonder meer leidt tot een schending van artikel 5 EVRM Pro. Het is dus niet zo dat de rechtbank de gevolgen van de termijnoverschrijding kan compenseren door het tijdsverlies ongedaan te maken door onverwijld na het sluiten van het vooronderzoek uitspraak te doen en aldus binnen de termijn te blijven die de wet bepaalt voor de periode tussen het instellen van beroep tegen oplegging van de maatregel en het doen van uitspraak. De rechtbank vermag dan ook niet in te zien dat de wettelijke voorschriften voor de rechtbank om uiterlijk binnen 7 dagen na instellen van het beroep het vooronderzoek te sluiten feitelijk buiten beschouwing kunnen worden gelaten als de rechtbank wel 7 dagen na het sluiten van de onderzoek uitspraak doet en het totale tijdsverloop niet in strijd moet worden geacht met de wijze waarop het EHRM de klachten over 5 EVRM beoordeelt. Het EHRM zal overigens bij de vraag of artikel 5 EVRM Pro is geschonden steeds alle feiten en omstandigheden van het concrete geval in ogenschouw nemen. Artikel 5 EVRM Pro biedt dus geen algemene zekerheid over wanneer tijdsverloop tijdens detentie de detentie onrechtmatig maakt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- beveelt de onmiddellijke opheffing van de maatregel van bewaring en de onmiddellijke invrijheidstelling van eiser;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser van € 700,- te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 534,-, te vergoeden aan de rechtsbijstandverlener van eiser.