ECLI:NL:RBDHA:2021:2927

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 maart 2021
Publicatiedatum
26 maart 2021
Zaaknummer
SGR 20/305
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep militair op junior stafofficier functie wegens rangvereiste

Eiser, een adjudant-onderofficier, solliciteerde op 25 mei 2019 voor de functie van junior stafofficier CIS operaties, waarvoor de rang van eerste luitenant vereist was. Zijn sollicitatie werd afgewezen omdat hij niet aan deze rangvereiste voldeed. Verweerder wees de functie toe aan een derde militair met dezelfde rang als eiser vanwege een inspanningsverplichting.

Eiser stelde dat hij onzorgvuldig was geïnformeerd over de openstelling van de functie voor adjudanten en dat verweerder ten onrechte en onvoldoende gemotiveerd had gesteld dat hij niet bodemgeschikt was voor bevordering. Hij vorderde vernietiging van het besluit en een voorkeurspositie bij een volgende sollicitatie.

De rechtbank oordeelde dat de toewijzing aan de derde partij losstaat van de sollicitatieprocedure en buiten de procedure valt. De afwijzing van eiser was terecht omdat hij niet voldeed aan de rangvereiste. De rechtbank vond dat verweerder geen nadere motivering hoefde te geven over de bevorderingscriteria en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn sollicitatie is ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van de vereiste rang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 20/305

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. C.E. Vianeke),
en

de staatssecretaris van Defensie, verweerder

(gemachtigde: kapitein mr. Y. Pennings).

Procesverloop

In het besluit van 25 mei 2019 (primair besluit) heeft verweerder de sollicitatie van eiser voor de geambieerde functie afgewezen.
In het besluit van 2 december 2019 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft per videoverbinding plaatsgevonden op 16 maart 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was voor verweerder aanwezig majoor [majoor] .

Overwegingen

1. Eiser heeft de rang van adjudant-onderofficier. Hij heeft gesolliciteerd op de vacature van junior stafofficier CIS operaties (de geambieerde functie), een functie op het niveau van eerste luitenant. Bij het primaire besluit is hij afgewezen.
2. Nadat de vacature voor de geambieerde functie was gesloten, bleek geen van de belangstellende in aanmerking te komen voor toewijzing ervan. De vacature bleef vacant. Vanwege een inspanningsverplichting richting een derde, een militair in de rang van adjudant-onderofficier, heeft verweerder de geambieerde functie toegewezen aan die derde.
3. Met het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de vacature was gepubliceerd zonder bevorderruimte en, nu eiser niet de rang van eerste luitenant bezit, eiser niet voldoet aan de benodigde rang. Het toewijzen van de geambieerde functie aan een derde vanwege een inspanningsverplichting van verweerder richting die militair, staat los van de sollicitatieprocedure van eiser.
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij heeft op 20 mei 2019 de sollicitatiecommissie benaderd met de vraag of en, zo ja, wanneer de functie zou worden opengesteld voor adjudanten, waarop eiser geen reactie heeft mogen ontvangen. De functie is vervolgens toegewezen aan een adjudant-onderofficier en dus op enig moment voor adjudanten opengesteld. Nu eiser niet is meegedeeld dat de functie voor adjudanten was opengesteld, heeft verweerder onzorgvuldig gehandeld. Vervolgens stelt eiser dat verweerder zich ten onrechte en ongemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet bodemgeschikt is voor de benodigde bevordering voor de functie. Eiser vraagt om vernietiging van het bestreden besluit en te bepalen dat hij bij een volgende sollicitatie een voorkeurspositie krijgt.
5. Partijen twisten er niet over dat de vacature voor de geambieerde functie was gepubliceerd voor militairen in de rang van eerste luitenant, zonder bevorderruimte. De rechtbank stelt vast dat verweerder geen tweede sollicitatieprocedure is opgestart maar de geambieerde functie heeft toegewezen aan een derde. Verweerder heeft een derde aangesteld op de geambieerde functie. Deze aanstelling moet los worden gezien van onderhavige sollicitatieprocedure die heeft geleid tot de afwijzing van eiser. De reden voor de afwijzing hangt niet samen met de toewijzing van de geambieerde functie aan de derde en de toewijzing is geen onderdeel van onderhavige procedure. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de vraag of verweerder de functie mocht toewijzen aan een derde zonder de vacature open te stellen voor andere adjudanten, buiten onderhavige procedure valt en geen onderdeel is van het bestreden besluit.
6. De rechtbank is verder van oordeel dat de vraag of eiser in aanmerking zou komen voor de benodigde bevordering, niet hoeft te worden beantwoord. De geambieerde functie is opengesteld voor een eerste luitenant, zonder bevorderruimte. Nu eiser niet de rang van eerste luitenant heeft, heeft verweerder eiser op die grond in redelijkheid mogen afwijzen. Verweerder heeft de criteria voor bevordering niet nader hoeven motiveren.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. G.A. Verhoeven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2021.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.