ECLI:NL:RBDHA:2021:2927
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep militair op junior stafofficier functie wegens rangvereiste
Eiser, een adjudant-onderofficier, solliciteerde op 25 mei 2019 voor de functie van junior stafofficier CIS operaties, waarvoor de rang van eerste luitenant vereist was. Zijn sollicitatie werd afgewezen omdat hij niet aan deze rangvereiste voldeed. Verweerder wees de functie toe aan een derde militair met dezelfde rang als eiser vanwege een inspanningsverplichting.
Eiser stelde dat hij onzorgvuldig was geïnformeerd over de openstelling van de functie voor adjudanten en dat verweerder ten onrechte en onvoldoende gemotiveerd had gesteld dat hij niet bodemgeschikt was voor bevordering. Hij vorderde vernietiging van het besluit en een voorkeurspositie bij een volgende sollicitatie.
De rechtbank oordeelde dat de toewijzing aan de derde partij losstaat van de sollicitatieprocedure en buiten de procedure valt. De afwijzing van eiser was terecht omdat hij niet voldeed aan de rangvereiste. De rechtbank vond dat verweerder geen nadere motivering hoefde te geven over de bevorderingscriteria en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn sollicitatie is ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van de vereiste rang.