ECLI:NL:RBDHA:2021:2928
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende duurzame en exclusieve relatie
Eiser, een Ghanees staatsburger, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om bij zijn partner, de referente, te verblijven. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een duurzame en exclusieve relatie zoals vereist in het Vreemdelingenbesluit 2000.
Eiser voerde aan dat hij en de referente wel degelijk een duurzame relatie hadden en overhandigde foto’s, WhatsApp-gesprekken, een ongehuwdverklaring en documenten over reizen en medische omstandigheden. De rechtbank oordeelde echter dat deze stukken onvoldoende bewijs leverden. Zo waren de foto’s beperkt en de WhatsApp-berichten vooral zakelijk van aard, terwijl niet aannemelijk was gemaakt dat de referente daadwerkelijk op bezoek was tijdens haar verblijven in Ghana.
Daarnaast werd geoordeeld dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij ongehuwd was, mede vanwege het ontbreken van bewijs over de juridische vertegenwoordiging van zijn vader in de ongehuwdverklaring. De rechtbank vond dat de Staatssecretaris de procedure correct had gevolgd, inclusief het afzien van het horen van eiser in bezwaar op grond van de Awb.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J.P. Bosman op 17 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie.