Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding en procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Rechtbank Den Haag
Eiseres, afkomstig uit Venezuela, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning EU/EER, gebaseerd op materiële ondersteuning door haar oom, een EU-burger, in Venezuela. De aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen, waarna ook bezwaar ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar referent haar in Venezuela gedurende ten minste één jaar ononderbroken en regelmatig financieel heeft ondersteund. De ingediende verklaringen waren subjectief en werden niet ondersteund door objectief verifieerbare bronnen. Bankafschriften boden onvoldoende bewijs voor regelmatige en noodzakelijke ondersteuning.
Het enkele argument van eiseres dat het praktisch onmogelijk is om bewijs te leveren, leidt niet tot bewijsnood. De rechtbank bevestigt dat verweerder terecht het standpunt heeft ingenomen dat de ondersteuning niet aannemelijk is gemaakt, waardoor de aanvraag terecht is afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.