ECLI:NL:RBDHA:2021:3214
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Spanje
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL21.2384) op 9 maart 2021, waarbij verzoeker niet aanwezig was en verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de hoofdzaak reeds op dezelfde dag was behandeld, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier K.S. Smits op 10 maart 2021 en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.